Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Gauthier-Clerc M. & Le Maho Y. (2001) Beyond bird marking with rings. ARDEA 89 (1): 221-230
In deze bijdrage worden de beperkingen van het ringonderzoek belicht en worden voorbeelden gegeven van andere merktekens die gebruikt kunnen worden om de verplaatsingen en gedragingen van individueel gemerkte vogels te volgen. Ringen zijn op enige afstand moeilijk af te lezen en daarom worden vogels zowel voor het 330leggen van de ring als voor het aflezen ervan vaak gevangen. Zeker bij ecologische studies, waarbij de vogels vaak bij herhaling individueel zouden moeten kunnen worden herkend en dus gevangen, zouden geringde vogels ernstig verstoord en bijvoorbeeld bij de voortplanting belemmerd kunnen worden. De voortschrijdende technologische ontwikkelingen maken dat tegenwoordig in toenemende mate gebruikgemaakt wordt van elektronische merktekens. Zo werden bij pinguins met succes elektronische chips onder de huid gebracht, waardoor de vogels, zonder dat de waarnemers ook maar in de buurt behoefden te komen, geregistreerd werden bij het verlaten of naderen van de kolonie. Een beperking bij dit type merkteken is, dat de vogel wel steeds op korte afstand van een antenne moet passeren om geregistreerd te worden. Trekwegen van vogels worden tegenwoordig wel in kaart gebracht door individuen met satellietzenders uit te rusten. Dergelijk onderzoek werd voor het eerst en met groot succes met de Reuzenalbatros Diomedea exulans gedaan, maar in latere jaren werden heel wat andere grote vogels met deze techniek gevolgd. Omdat de resultaten een niet al te nauwkeurige plaatsbepaling opleveren, blijven onderzoeken beperkt tot soorten die enorme afstanden afleggen (pinguins, roofvogels, zwanen, ganzen en eenden). Kleine zenders, zoals een zender van 30 g 330 een Slechtvalk Falco peregrinus, konden nog geen grotere plaatsbepalingsnauwkeurigheid dan 35 km opleveren. Uitwendige of geimplanteerde VHF-radiotransmittors kunnen alleen gebruikt worden binnen een range van enkele kilometers. Het gebruik van zenders heeft inmiddels al veel belangrijke informatie opgeleverd, al was het maar omdat ook gegevens worden verzameld in streken waar mensen bijna niet kunnen komen (bijvoorbeeld woestijnen, poolgebieden, bergstreken). Op die manier zijn tal van belangrijke gebieden ontdekt, waarvan sommige bedreigde soorten geheel afhankelijk waren. Geimplanteerde elektronische chips zijn herhaaldelijk toegepast in combinatie met geautomatiseerde weegopstellingen (onder nesten of 330 de rand van kolonies), waardoor veranderingen in het gewicht van individuen gevolgd kunnen worden zonder dat de dieren onnodig verstoord behoeven te worden door bijvoorbeeld vangst. De laatste jaren is er een keur van instrumenten ontwikkeld, die 330- of ingebracht bij vogels, een verscheidenheid 330 gegevens opleveren, zoals duikdiepte, activiteit, watertemperatuur en voedselopname. De meeste van deze instrumenten leveren pas gegevens op wanneer ze weer 330 bijvoorbeeld een computer gekoppeld kunnen worden en de hiermee uitgeruste vogels moeten daartoe dus worden teruggevangen. De noodzaak: tot terugvangen maakt dat de onderzoeker in elk geval goed in de gaten kan houden hoe 'het slachtoffer' (de met dit instrument uitgeruste exemplaar) eraantoe is en of het instrument de vogel in enigerlei wijze belemmerd heeft. Het stuk besluit met een overzicht van markers van biochemische aard: indirecte methoden waarbij bijvoorbeeld stabiele isotopen, vetzuren en genetische markers nieuwe perspectieven bieden.


[close window] [previous abstract] [next abstract]