Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

van Balen J.H., van Noordwijk A.J. & Visser J. (1987) Lifetime reproductive success and recruitment in two Great Tit populations. ARDEA 75 (1): 1-11
In een evolutionaire context is het voor een individuele vogel van belang het aantal nakomelingen dat hij in zijn leven produceert te maximaliseren. Onder LRS verstaan we het aantal gerekruteerde nakomelingen per ouder, gemeten over diens gehele leven. In dit artikel wordt LRS bestudeerd in twee koolmeespopulaties, een op de Hoge Veluwe en een op Vlieland. Onder rekrutering verstaan we het broeden van een nakomeling in het terrein van geboorte. Deze beperking is noodzakelijk omdat de gegevens over het broeden buiten het geboorteterrein zeer onvolledig zijn. LRS is het product van 5 componenten, alle gemeten over het gehele leven van de vogel: de levensduur (LS), het aantallegsels per jaar (CY), het aantal eieren per legsel (EC), het aantal uitgevlogen jongen per gelegd ei (FE), en het aantal rekruten per uitgevlogen jong (RF). Deze grootheden werden berekend voor 553 ?? en 581 ?? van de Hoge Veluwe en voor 323 ??en 308 ?? van Vlieland. Met een wiskundige methode (partitioning of variance) werd de variantie in LRS opgedeeld in bijdragen die berusten op de variantie In de afzonderlijke componenten, en in combinaties van componenten. Component RF, het aantal locaal broedende rekruten per uitgevlogen jong, bleek bij alle analyses de belangrijkste component te zijn, met de levensduur LS op de tweede plaats. Omdat de ouders gemiddeld slechts 1,5 1,9 jaren reproduceren, worden de meeste rekruten in het eerste jaar geproduceerd. RF varieert zeer sterk van jaar tot jaar, vooral in samenhang met verschillen in de beschikbaarheid van beukennoten. Vrouwtjes die gaan broeden in een seizoen vlak voor een grote beukennotenoogst hebben in hun leven veel meer nakomelingen dan vrouwtjes die in ongunstige jaren gaan broeden. Naast deze verschillen door het milieu zijn er waarschijnlijk ook verschillen in kwaliteit tussen individuen, die er mede toe leiden dat slechts ongeveer de helft van de ouders in hun leven een of meer rekruten produceren. De verschillen tussen de twee terreinen uiten zich vooral in de veel hogere rekrutering (RF) en LRS op Vlieland, samenhangend met de grotere isolatie van de koolmeespopulatie aldaar, waardoor immigratie en emigratie daar op een veellager niveau liggen. In de discussie wordt getracht te berekenen hoe hoog het niveau is van de totale overleving van de uitgevlogen jongen, inclusief degenen die zich elders vestigen.


[close window] [previous abstract] [next abstract]