Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Veltman C.J. (1989) Effects of experimental food addition on post-natal dispersal polygyny and reproductive success in pair-defended territories of the Australian Magpie Gymnorhina tibicen. ARDEA 77 (2): 211-216
De sociale organisatie bij Australische Eksters (ingevoerde soort uit AustraliŽ op Nieuw Zeeland; geen corviden zoals de meeste andere ekstersoorten op de wereld) is zeer variabel. De dieren kunnen zich ophouden in grote, niet-territoriale groepen. Daarentegen kunnen zij ook als paar, of wel als groep een territorium verdedigen. Territoriale groepen kunnen worden gevormd uit kleine eenheden die zich afscheiden van grote niet-territoriale groepen. Zulke groepen kunnen ook ontstaan door associatie van ongepaarde vogels met bestaande broedparen. Meestal is het een jong dat niet is weggetrokken uit het territorium van zijn ouders, op het moment dat deze weer gaan broeden. Niet-verwante dieren kunnen ook bij bestaande paren intrekken. In dit artikel wordt een hypothese getoetst over dit wegtrekken van juvenielen onder normale omstandigheden. Hierbij wordt verondersteld dat de voedselvoorraad in het territorium van de ouders beperkend wordt en dat de concurrentie dan in het nadeel van de jonge vogels wordt beslecht. Er werd een overmaat aan voedsel verschaft in vijf territoria en vervolgens werd het verspreidingsgedrag van jonge vogels in deze vijf territoria vergeleken met dat in zes andere territoria, waarin niet werd bijgevoerd. Er was geen verschil in het tijdstip waarop de jongen wegtrokken tussen beide groepen territoria. De kans op wegtrekken bleek echter iets kleiner in de territoria waar werd bijgevoerd. Verder vestigden zich in de territoria met extra voedsel twee wijfjes van buiten af die een broedpoging deden. Uit deze resultaten werd geconcludeerd dat de voedselvoorraad in het territorium voorde sub-adulte vogel niet de voornaamste factor is die beslist of hij zal wegtrekken. De kans om tot broeden te komen in het ouderterritorium is minimaal, daarom hebben wegtrekkende vogels meer kans om zich voort te planten. Het bijvoeren leidde niet tot een aantoonbare verhoging van het aantal uitgevlogen jongen per territorium of per wijfje.


[close window] [previous abstract] [next abstract]