Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Piersma T. & Van Brederode N.E. (1990) The estimation of fat reserves in coastal waders before their departure from northwest Africa in spring. ARDEA 78 (1-2): 221-236
De energievoorraden die door steltlopers voor hun vertrek vanuit W. Afrika naar Europa worden opgeslagen, kunnen we schatten als we weten wat de relatieve bijdrage van vet (de energierijkste component) aan het lichaamsgewicht is. In dit artikel wordt voor een aantal soorten geprobeerd om voorspellingsformules af te leiden uit de resultaten van bepalingen van de lichaamssamenstelling van een klein aantal verongelukte vogels. Deze formules zouden dan vervolgens kunnen worden gebruikt om de totale hoeveelheden vet te schatten in grote aantallen levende vogels, alleen op grond van lichaamsgewicht en -grootte. Vangstslachtoffers van een vijftal steltlopervangexpedities naar Marokko, TunesiŽ en MauritaniŽ werden geanalyseerd op de gehalten vet, water en resterende droge stof. Een deel van de variabiliteit in lichaamsgewicht was te wijten aan het voortdurende waterverlies na vangst; de gewichten moeten daarvoor worden gecorrigeerd. Bij de vier soorten (Kanoetstrandloper, Kleine Strandloper, Bonte Strandloper en Tureluur) waarvan relatief grote aantallen dieren beschikbaar waren, bleek dat 50-60% van de toename in lichaamsgewicht uit vet bestaat. Bij alle vier de soorten correleert de vleugellengte goed met het vetvrije gewicht. Dit suggereert dat vleugellengte een algemene en goede maat voor de structurele lichaamsgrootte is, beter dan bijvoorbeeld de totale koplengte of de tarsus plus teen lengte. Alleen bij de Bonte Strandloper gaf de snavellengte een nog betere correlatie met vetvrij lichaamsgewicht. Meervoudige regressievergelijkingen om het vetgewicht te schatten uit lichaamsgewicht en de structurele groottematen, lieten zien dat alleen de structurele maten die goed correleren met het vetvrije gewicht, een significant deel van de variatie in vetgewicht verklaren. Een alternatief regressiemodel waarbij we afhankelijke en onafhankelijke om biologische redenen omkeren leverde geen verbeteringen op. De voorgestelde voorspellingsformules schatten de hoeveelheid vet van individuele Kanoeten, Kleine Strandlopers, Bonte Strandlopers en Tureluurs met een nauwkeurigheid van ca. 30% voor de zwaarste vogels voor de wegtrek uit W. Afrika. Voor magere dieren eerder in het jaar is de nauwkeurigheid veel lager, maar wel altijd binnen de 100% van de werkelijke waarde. We bespreken in hoeverre de gevonden voorspellingsformules elders en in andere tijden van het jaar gebruikt kunnen worden om de grootte van de energiereserve in wegtrekkende steltlopers te schatten.


[close window] [previous abstract] [next abstract]