Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Steen R., Lw L.M., Sonerud G.A., Sels V. & Slagsvold T. (2011) Prey delivery rates as estimates of prey consumption by Eurasian Kestrel Falco tinnunculus nestlings. ARDEA 99 (1): 1-8
Bij nestblijvers is de grootte van de prooisoort van grote invloed op de tijd en energie die ouders besteden aan het voedsel zoeken, het voedsel voor de jongen in hapklare brokken te verdelen en het daadwerkelijk voeren van de jongen, en dus ook op de frequentie waarmee het voedsel naar de jongen wordt gebracht. Roofvogels voeren relatief grote prooien aan hun jongen. Dit maakt het mogelijk om de prooien te herkennen en te kwantificeren. Toch zijn kwantitatieve gegevens over prooiaanvoer bij roofvogels schaars en meestal gebaseerd op directe zichtwaarnemingen in combinatie met een analyse van gevonden prooiresten en braakballen. Om zo betrouwbaar mogelijke informatie over het voedsel te verkrijgen, hebben we 55 nesten van Torenvalken Falco tinnunculus geobserveerd met behulp van videoapparatuur. Van de 2282 waargenomen prooien bestond het merendeel uit woelmuizen, gevolgd door vogels, spitsmuizen en hagedissen. Insecten en kikkers waren weinig voorkomende prooien. We schatten dat een gemiddeld broedsel van 4,3 jongen 18,3 g voedsel/uur consumeert (4,2 g/uur/jong). Dit komt overeen met 67,8 g/d/jong bij een gemiddelde actieve periode van de ouders van 16,1 uur. De geschatte aanvoerfrequentie die nodig is om een gemiddeld broedsel van voldoende voedsel op een menu van n prooitype te voorzien, is 91 prooien/uur voor insecten, 3,4 prooien/uur voor hagedissen, 1,9 prooien/uur voor spitsmuizen, 0,83 prooien/uur voor woelmuizen en 0,52 prooien/uur voor vogels. Dit komt overeen met 1 prooi per 40 seconden voor insecten, 1 prooi per 18 minuten voor hagedissen, 1 prooi per 32 minuten voor spitsmuizen, 1 prooi per 75 minuten voor woelmuizen en 1 prooi per 120 minuten voor vogels. We concluderen dat Torenvalken in boreale bossen geen broedsel groot kunnen brengen als ze alleen insecten of hagedissen zouden aanvoeren. Waarschijnlijk is dat ook niet het geval op een menu van alleen spitsmuizen, maar in een piekjaar van woelmuizen wel op een menu van alleen woelmuizen.


[close window] [previous abstract] [next abstract]