Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Pinxten R., Eens M. & Verheyen R.F. (1993) Male and female nest attendance during incubation in the facultatively polygynous European Starling. ARDEA 81 (2): 125-133
Dit artikel beschrijft een studie van het broedgedrag van de Spreeuw, die werd verricht gedurende een periode van 2 jaar in een nestkastenkolonie in de omgeving van Antwerpen in BelgiŽ. In deze populatie komt polygamie (een mannetje paart met meer dan een wijfje) frequent voor. Er werd in het bijzonder onderzocht in welke mate monogame en bigame mannetjes hun wijfje(s) helpen met het bebroeden van de eieren. Dit werd nagegaan door te meten hoeveel tijd de partners van een koppel per uur in de nestkast doorbrengen tijdens de periode dat de eieren bebroed worden. In monogame koppels brengen beide partners gemiddeld evenveel tijd door in de nestkast. Dit suggereert dat ze evenveel broeden. Eerste en tweede wijfjes van bigame mannetjes daarentegen brengen significant meer tijd in de nestkast door dan hun mannetje. Bigame mannetjes helpen hun tweede wijfje enkel met broeden wanneer het tijdsinterval tussen het tijdstip waarop hun twee wijfjes beginnen te broeden minder dan vijf dagen bedraagt. Wijfjes die met een bigaam mannetje gepaard zijn compenseren voor de verminderde hulp van het mannetje bij het broeden door zelf meer tijd op het nest door te brengen. Hun foerageerpauzes tussen het broeden waren korter dan die van monogame wijfjes, en ze namen significant meer foerageerpauzes per uur dan monogame wijfjes. Desondanks was het totale percentage van de tijd dat broedsels van bigame mannetjes bebroed werden (85%) significant lager dan in monogame broedsels (98%). Dit wijst erop dat wijfjes van bigame mannetjes toch niet volledig kunnen compenseren voor de verminderde hulp van hun mannetje bij het broeden in vergelijking met monogame wijfjes. We vonden geen significant verschil tussen broedsels van monogame en bigame mannetjes in de totale duur van de broedperiode noch in het uitkipsucces. Deze gegevens suggereren dat wijfjes die met een bigaam mannetje gepaard zijn toch voldoende tijd op het nest kunnen doorbrengen voor het succesvol uitbroeden van de eieren. Toekomstige studies naar het broedgedrag van de Spreeuw zouden zich vooral moeten concentreren op het effect dat het alleen moeten broeden heeft op de conditie en overleving van wijfjes.


[close window] [previous abstract] [next abstract]