Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Heeb P. (1994) Intraclutch egg-mass variation and hatching asynchrony in the Jackdaw Corvus monedula. ARDEA 82 (2): 287-297
Dit artikel geeft voor de Kauw een analyse van de variatie in eigewichten binnen legsels en het verband met de intervallen tussen het uitkomen van de eieren. Hoewel de legselgrootte niet veranderde tussen de onderzoeksjaren werden er wel significante verschillen in legdatum en in ei-gewicht gevonden (Fig. 1, Tabel 1). Het gemiddelde eigewicht nam af in de loop van het seizoen, maar dat bleek niet samen te hangen met de legselgrootte (Tabel 2). Binnen legsels was meestal het tweede ei het zwaarste, en was er een steeds verdere afname van het ei-gewicht naarmate het ei later in de reeks gelegd was (Fig. 2). Het laatste ei was bijna altijd het lichtste en het verschil in gewicht tussen tweede en laatste ei nam toe naarmate het legsel groter was (Fig. 3, Tabel 4). In legsels met 5 eieren was het relatieve gewicht van het laatste ei kleiner naarmate het complete legsel zwaarder was (Tabel 5). In legsels met 4 eieren werden de intervallen tussen het uitkomen van de eieren groter naarmate het relatieve gewicht van het laatste ei kleiner was (Fig. 4), maar dat effect was niet terug te vinden in legsels van 3 en 5 en verdween na correctie voor jaar en gemiddeld eigewicht (Tabel 5). In dit onderzoek werd een tamelijk hoge sterfte onder nestjongen waargenomen. De laatste eieren van legsels van 4 of 5 leverden vrijwel nooit vliegvlugge jongen op (Fig. 5). Verder was het uitvliegsucces het laagste in de jaren met de lichtste eieren. Sterfte onder nestjongen was zo omvangrijk bij de grote legsels, dat het aantal uitvliegende jongen niet gecorreleerd bleek met de legselgrootte. De gegevens steunen de ideeŽn van Lack dat wil zeggen dat het wijfje onder invloed van natuurlijke selectie de eieren met de beste kansen om uitvliegende jongen te produceren ook de meeste reserves meegeeft. Een alternatieve hypothese, die zegt dat het wijfje direct (bijvoorbeeld door de hoeveelheid voedsel) beperkt zou worden in de productie van voldoende reserves voor haar eieren, kan niet geheel worden uitgesloten. Erg waarschijnlijk is deze hypothese echter niet omdat uit de theorie voortvloeiende voorspellingen niet stroken met de onderzoekresultaten.


[close window] [previous abstract] [next abstract]