Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Cherubini G., Serra L. & Baccetti N. (1996) Primary moult, body mass and moult migration of Little Tern Sterna albifrons in NE Italy. ARDEA 84 (1): 99-114
Na de broedtijd verzamelen veel Dwergsterns zich in de Lagune van VenetiŽ. Gedurende vijf opeenvolgende jaren zijn hier 2956 vogels gevangen, gewogen, gemeten (vleugel- en snavellengte) en geringd. Tevens werd de vordering van de rui bepaald. De terugvangst van 163 elders als kuiken geringde vogels liet zien dat het broedgebied zich uitstrekt langs een groot gedeelte van de Adriatische kust, zelfs tot 133 km ver. De adulte Dwergsterns ruien gedurende hun verblijf in het studiegebied bijna al hun handpennen. Ze doen dit in twee fasen. Voordat de laatste twee tot vier buitenste en langste handpennen zijn afgeworpen wordt de rui onderbroken. Meestal neemt tijdens deze onderbreking het lichaamsgewicht snel toe en in slechts enkele dagen worden energievoorraden aangelegd die toereikend zijn voor een vlucht van 1.000 km of meer. De vogels vertrekken vervolgens naar hun overwinteringgebieden. Vogels die nog laat ruien (na 27 augustus) kunnen tegelijkertijd in gewicht toenemen. Dit toont aan dat rui en 'opvetting' op hetzelfde tijdstip kunnen plaatsvinden. De trek van Dwergsterns naar de lagune van VenetiŽ, na de broedtijd maar voor het uiteindelijke vertrek naar de wintergebieden, voldoet aan de gangbare definitie van ruitrek.


[close window] [previous abstract] [next abstract]