Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Serra L., Whitelaw D.A., Tree A.J. & Underhill L.G. (1999) Moult, mass and migration of Grey Plovers Pluvialis squatarola wintering in South Africa. ARDEA 87 (1): 71-81
Op basis van de gegevens over rui en lichaamsgewicht van 355 Zilverplevieren Pluvialis squatarola die in de periode 1971-1997 in Zuid-Afrika zijn gevangen, worden de seizoensgebonden veranderingen in gewicht en in de rui van lichaamsveren en slagpennen beschreven en ge´nterpreteerd in het licht van het trekgedrag van de soort. De gemiddelde tijd die nodig was om de slagpennen te ruien, werd geschat op 131 dagen. Deze schatting komt overeen met die voor Zilverplevieren die in India ruien, maar is 30-40 dagen korter dan de schatting voor Zilverplevieren die in Europa ruien. Alle eerstejaars vogels ondergingen aan het einde van hun eerste levensjaar een complete rui van lichaamsveren en slagpennen. Dit gebeurde een paar maanden eerder dan bij volwassen vogels die naar de broedgebieden waren geweest. Een deel van de jonge vogels vertoont na de (noordelijke) zomer opnieuw een slagpenrui in dezelfde tijd dat de volwassen vogels ruiden. De laatste rui van de jonge vogels wordt ge´nterpreteerd als een toegevoegde rui. Deze rui heeft geen duidelijke functie, maar zou een expressie kunnen zijn van endogene processen kenmerkend voor volwassen Zilverplevieren. Overigens begonnen Zilverplevieren pas met opvetten voor de trek naar het noorden nadat deze waren gestopt met hun slagpenrui; soms werd de slagpenrui onderbroken. Lichaamsgewichten die kenmerkend waren voor wegtrekkende vogels (>310 g) werden vanaf 15 maart bereikt, hoewel de meeste individuen pas tussen 15 en 30 april vertrokken. Alleen volwassen Zilverplevieren vertrekken uit Zuid-Afrika naar de broedgebieden. Bij vertrek hebben ze over het algemeen nog geen compleet broedkleed.


[close window] [previous abstract] [next abstract]