|
Ardea Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union |
| Marja R., Keerberg L. & Elts J. (2025) Night-time movements and roosting habitat selection of Grey Partridges Perdix perdix in the agricultural landscape. ARDEA 113 (2): 16-16 |
| Wereldwijd gaan vogels van het agrarisch gebied in aantal achteruit. Om deze achteruitgang tegen te gaan is meer kennis nodig over hoe vogels het boerenland gebruiken. Er is weinig kennis over de habitatkeuze en het gedrag van overdag actieve vogels tijdens de nacht. Dit onderzoek richt zich op het nachtelijke gedrag en de keuze van slaapplekken van de Patrijs Perdix perdix. We onderzochten (1) de momenten waarop Patrijzen zich ’s nachts verplaatsen en de afstanden die daarbij worden afgelegd, bijvoorbeeld wanneer een individu zijn oorspronkelijke slaapplek verlaat voor een andere locatie, (2) de afstanden tussen de slaapplekken in opeenvolgende nachten en (3) de kenmerken van de slaapplekken en de variatie hierin in de tijd. We gebruikten GPS/GSM-zenders om gegevens te verzamelen over nachtelijke verplaatsingen en het gebruik van slaapplaatsen van 24 Patrijzen (14 vrouwtjes en 10 mannetjes, in totaal 927 slaapplaatsen) in de jaren 2021–2022, voornamelijk in Oost-Estland. De resultaten toonden aan dat Patrijzen in 422 nachten (45,5% van de gevallen), om onbekende redenen, hun oorspronkelijke slaapplek verlieten. De afstanden die ze aflegden, waren echter klein: 108 m voor mannetjes en 70 m voor vrouwtjes. De nachtelijke verplaatsingen van Patrijzen waren niet afhankelijk van het geslacht van de vogels. Er was wel een verschil in de nachtelijke verplaatsingsafstanden tussen de onderzoeksperiodes: langer van januari tot maart (gemiddeld 155,0 ± 264,0 m; ±SD) dan die van april tot juni (44,9 ± 98,8 m) en van juli tot augustus (24,3 ± 56,7 m). Ook verschilden de nachtelijke verplaatsingen in juli–augustus en oktober–november (84,6 ± 101,0 m) van elkaar. De afstand tussen opeenvolgende slaapplaatsen was niet afhankelijk van het geslacht of van het feit of het individu de vorige nacht zich wel of niet had verplaatst. Als slaapplek kozen de Patrijzen meestal voor wintergraan- en winterkoolzaadpercelen en grasrijke habitats. Ook werden seizoensgebonden verschillen gevonden in de mate waarin de slaapplaatsen werden gebruikt. |