Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Hoset K.S., Espmark Y., Moksnes A., Haugan T., Ingebrigtsen M. & Lier M. (2004) Effect of ambient temperature on food provisioning and reproductive success in snow buntings Plectrophenax nivalis in the high arctic. ARDEA 92 (2): 239-246
De arctische gebieden staan bekend om hun onherbergzame klimaat. De barre en onvoorspelbare klimatologische omstandigheden rond de Noordpool kunnen grote effecten hebben op het broedsucces van bijvoorbeeld ganzen en steltlopers. Er is echter ook een zangvogel die zeer noordelijk broedt, de Sneeuwgors Plectrophenax nivalis. Zoals veel andere arctische broeders benutten zij het grote aanbod aan insecten, die zich tijdens de korte Arctische zomer massaal ontwikkelen en voortplanten. Sneeuwgorzen lijken goed aangepast te zijn aan de heersende lage temperaturen. Deze studie bekijkt in hoeverre het broedsucces van Sneeuwgorzen wordt be´nvloed door de omgevingstemperatuur. In drie opeenvolgende broedseizoenen hebben de auteurs de relatie tussen ouderlijke voerfrequentie, reproductief succes en de omgevingstemperatuur onderzocht in Adventdalen op Spitsbergen. Ze maakten daarbij onderscheid tussen de temperatuur tijdens het broeden (de eifase) en de temperatuur tijdens het voeren van de jongen (de jongenfase). Ze ontdekten dat zowel hoge temperaturen tijdens de eifase als lage temperaturen tijdens de jongenfase tot hogere voerfrequenties leidden. De auteurs geven twee verklaringen. Relatief warm weer tijdens de eifase zou ertoe leiden dat insecten zich beter ontwikkelen, met als resultaat een grotere voedselbeschikbaarheid wanneer de ouders de jongen gaan voeren. Koud weer tijdens het voeren daarentegen betekent dat de jongen meer energie aan thermoregulatie moeten besteden, waarop de ouders zouden reageren met hogere voerfrequenties. De temperatuur tijdens het voeren had geen effect op het broedsucces. Hoge temperaturen tijdens de eifase resulteerden echter wel in een beter broedsucces. De veronderstelling is dat voedselbeschikbaarheid als gevolg van de omgevingstemperatuur tijdens de eifase een van de sleutels is tot een goed broedsucces bij Sneeuwgorzen.


[close window] [previous abstract] [next abstract]