Ardea
Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union

login


[close window] [previous abstract] [next abstract]

Gudmundsson G.A. & Lindstrom A. (1992) Spring migration of Sanderlings Calidris alba through SW Iceland: Wherefrom and whereto? ARDEA 80 (3): 315-326
De voorjaarstrek van Drieteenstrandlopers door het zuidwesten van IJsland (Fig. 1) werd bestudeerd van 1989 tot 1990. Aanvullende informatie is verzameld van 1985 tot 1988 en in 1991. Op grond van terugmeldingen van geringde vogels en van waarnemingen van vogels met kleurringen kon worden vastgesteld dat de Drieteenstrandlopers die op IJsland pleisteren, de winter doorbrengen langs de kusten van de Britse eilanden. Sommige Drieteenstrandlopers verspreiden zich echter overeen aanzienlijk groter gebied; dit wordt geÔllustreerd door drie waarnemingen uit Ghana (Fig. 1, Appendices 1 en 2). De gemiddelde vertrekrichting is 355o (Fig. 3). Dit wijst erop dat deze dieren in het noordoosten van Groenland broeden. De biometrische gegevens spreken deze ideeŽn over verspreiding met tegen (Tabel 1). Er zijn geen aanwijzingen dat de in zuidwestelijk IJsland pleisterende Drieteenstrandlopers deelnemen aan de trek dwars over de ijskap naar de broedgebieden in het noordwesten van Groenland of in het uiterste noorden van Canada. Dit is wel aangetoond voor Kanoetstrandlopers en Steenlopers. De meeste Drieteenstrandlopers komen na 10 mei aan op IJsland en vertrekken weer tussen 25 mei en 4 juni (Fig. 2). Waarnemingen van vogels met kleurringen wijzen op verblijfstijden tot 15 dagen. Veel dieren vertonen een sterke plaatstrouw tussen jaren. De gegevens wijzen verder op een sterke uitwisseling van individuen, vooral in de laatste week van mei. Dat betekent wellicht dat minstens een kwart van de Drieteenstrandlopers die in noordoostelijk Groenland broedt, in het voorjaar in IJsland pleistert.


[close window] [previous abstract] [next abstract]